De fotograaf en de dochter van de veenarbeider

Klazienaveen – Ook dit jaar verschijnen er er weer een aantal kerstverhalen geschreven door Jans Jagt. Het eerste uit een nieuwe reeks kerstverhalen:

‘De fotograaf en de dochter van de veenarbeider’

Het is oktober 1951
Op een veenplaats van de Maatschappij Klazienaveen in Klazienaveen-Noord is een grote veenbrand uitgebroken. De jonge Jacob Bonkestoter is als fotograaf in dienst van de Provinciale Drentsche en Asser Courant en krijgt de opdracht een foto te maken van de brand. Voorzien van zijn nieuwe Olympus Chrome camera vertrekt hij halverwege de morgen vanuit zijn ouderlijke woning in Rolde.
Klazienaveen-Noord, hij is er nog nooit geweest. Jacob schat dat hij in de auto een klein uurtje onderweg is.
Aan de Splitting in Barger-Oosterveld ziet hij de rookkolommen in de richting van het dorpje aan het Scholtenskanaal. Het ziet er verontrustend uit.
Jacob ziet veenarbeiders voorzien van schoppen in de richting van de brand rennen. Door de harde oostenwind lopen verschillende bulten fabrieksturf ernstig gevaar. Jacob maakt foto’s van de veenarbeiders die met een uiterste krachtinspanning proberen de snel oprukkende vuurzee voor te blijven. Juist op tijd komt de brandweer van de Maatschappij Klazienaveen om het gevaar voor de turfbulten te keren. Meer dan 250 duizend turven staan hier opgestapeld.
Terug op de redactie in Assen bekijkt Jacob de genomen foto’s. Hij is tevreden, zijn baas ook. Zijn foto’s geven een mooi beeld weer van de strijd van de veenarbeiders tegen de vuurzee.
Op één van de foto’s ziet hij te midden van de veenarbeiders een jonge vrouw de brand bestrijden. In een fractie van een seconde heeft ze in de camera gekeken, juist op het moment dat Jacob afdrukte. Te midden van de donkere gedaantes ziet Jacob onder een te grote pet vandaan blonde haren wapperen en prachtige ogen kijken in de camera.
Jacob besluit deze foto voor zich zelf te houden.

De dag voor Kerst heeft Jacob een vrije dag en met de foto in zijn binnenzak besluit hij naar Klazienaveen-Noord te rijden. Het gezicht van de jonge vrouw heeft hem sinds oktober niet losgelaten. Elke dag kijkt hij wel een keer in de ogen van de jonge vrouw op de foto.
Op het Rolderveld komt hij in een sneeuwbui terecht. Over de kale vlakte raast een oostenwind.
Met aangepaste snelheid rijdt hij Borger binnen. Daar is niet zoveel te merken van de sneeuwbuien en Jacob besluit dan ook om verder te rijden.
Op de Splitting, halverwege Barger-Oosterveld en Klazienaveen-Noord, rijdt Jacob zich zelf vast in een opgewaaide sneeuwhoop langs de weg. Geen mens te zien die hem hulp kan bieden. Dan maar verder lopen en hulp zoeken. Bij de Veenkerk aan het Scholtenskanaal belt hij aan en de koster staat hem te woord.
“De overbuurman hef een trekker, misschien wil die joe wel helpen.”
Een hulpvaardige overbuurman, want twee uur later staat de auto van Jacob voor de Veenkerk.
Nog een keer belt hij aan bij de koster en vraagt of hij misschien de jonge vrouw op de foto kent.
“Ja, dat is Gerda de dochter van Rieks Jeuring. Eerste zandweg linksaf en dan het tweede veenarbeidershuussie aan de rechterkant. Kan niet missen.”
Jacob besluit zijn auto te laten staan. Hier en daar heeft de inmiddels straffe oostenwind voor sneeuwduinen van een meter gezorgd. Jacob komt slechts langzaam vooruit. Schemer heeft plaats gemaakt voor een donker begin van de avond.
Ja, dit moet het huisje zijn.

Vanaf de zandweg kijkt Jacob naar binnen en ziet een gezin van het avondeten genieten. Jacob twijfelt of hij aan moet kloppen. “Ik ben hier toch niet voor niets gekomen.” mompelt hij in zich zelf. Hij loopt langzaam het tuinpad op en klopt op de deur. Even later staat de vader in de deur. Sneeuw waait naar binnen. Met kloppend hart vertelt Jacob het doel van zijn komst. “Kom d’r maar in, ie kunt hier ok niet blieven staon.”
Een paar tellen later staat hij in de eetkamer en vragende ogen kijken hem aan.
“Gerda, deze man komt veur joe.”
Jacob ziet alleen maar de mooie ogen van Gerda.
“De fotograaf van de brand.” zegt ze zacht.
De vader van Gerda pakt een stoel en even later zit Jacob naast Gerda en eet mee van de hutspot met spek. Twee kleine kinderen kijken hem met ontzag aan.
“Met dit weer ku’j vanaovond niet meer terug naor Rolde. Ik zal op zolder een bed veur joe klaorzetten’” stelt de moeder van Gerda voor. Jacob heeft geen keus.DeWeerd-kerk-ZW_2230W
Op eerste Kerstdag loopt Jacob met het gezin naar de Veenkerk om de kerkdienst bij te wonen. Jacob kan zijn ogen niet afhouden van Gerda. Haar blonde haren vallen golvend over haar schouders en met haar mooie ogen kijkt ze een paar naar Jacob. Halverwege de dienst heeft Jacob de moed om haar hand vast te houden. Pas na het verlaten van de Veenkerk laat hij weer los. Dit was de mooiste kerkdienst van zijn leven.
Twee jaar later zijn Jacob en Gerda getrouwd.

Jans Jagt

 

(Foto’s: Henk Lambers)

 

error: De inhoud van deze website is beschermd !!