‘De verdwaalde verkenner’ Een kerstverhaal geschreven door Jans Jagt

Klazienaveen – Vandaag uit de reeks van een aantal korte kerstverhalen, geschreven door Jans Jagt:  ‘De verdwaalde verkenner’.

De verdwaalde verkenner

Zij het slechts zijdelings, het huidige Zuidoost-Drenthe ontkwam ook niet aan de oorlogsactiviteiten van Bommen Berend in 1672. Christoph Bernard van Galen werd in 1650 gekroond tot bisschopsvorst van het Duitse Munster. Door zijn strijdlust en het gebruik van brandbommen werd hij ook Bommen Berend genoemd. Hij meende met de Republiek van de Verenigde Nederlanden nog een appeltje te schillen te hebben. In 1665 viel hij Overijssel binnen en in het zelfde jaar Westerwolde. In 1672 wordt de stad Groningen aangevallen door de oorlogszuchtige bisschop van Munster.

Een verkenner in het leger van de bisschop van Groningen had de opdracht gekregen zich op de hoogte te stellen van situatie in Overijssel. Op de terugweg was hij verdwaald nadat hij de vestigstad Coevorden had verlaten en hij in de ontoegankelijke hoogveengebieden terecht kwam in wat tegenwoordig het natuurgebied Bargerveen is. Zijn boodschap aan de bisschop van Groningen was dat het leger van Bommen Berend zich over de eeuwenoude heerweg van de Hondsrug zou gaan verplaatsen. Belangrijke informatie voor Groningen om strategisch met de aanval om te gaan.

De eenzame verkenner dwaalde nu over oude veenwegen. Hij was de weg volledig kwijt. Aan het eind van de middag werd alles schemer grijs op de oneindige vlakte van dit ruige veengebied. Het schemer grijs veranderde snel in een grauwe kleur. Af en toe voelde de eenzame ruiter een sneeuwvlok in zijn gezicht. Ook dat nog.
Nu was het echt donker geworden op de vlakte en nog stiller..
Hij had de opdracht meegekregen in ieder geval voor de Kerst terug te zijn in Groningen, maar de verkenner besefte dat hij dit nooit zou halen.
De hoefslag van zijn zwarte hengst weerklonk regelmatig in de duisternis. De ruiter kon volstaan met de teugels los in de handen te laten liggen.

Bij de bocht van het smalle veenpad zag de ruiter plotseling een lichtje schijnen. Hij hoopte op een gastvrije boerderij waar hij en zijn paard konden eten en rusten. Misschien kon hij er overnachten.
Na deze gedachte gaf hij zijn paard de sporen en stuurde op het schijnsel aan.
Gertrude schrok toen ze plotseling een donker gedaante op de kleine boerderij af zag komen. De blonde achttien jarige dochter van keuterboer Gerdes had net een paar turven uit de buitenschuur gehaald om de kachel op te stoken. Van schrik liet ze de turven vallen op de inmiddels wit geworden grond.
“Niet bang zijn, ik heb goede bedoelingen,” riep de ruiter toen hij het meisje naderde. Hij vertelde dat hij verdwaald was en de weg niet wist in dit gebied. Nieuwsgierig waar zijn dochter bleef kwam boer Gerdes buiten kijken. Hij keek recht in de ogen van een goed bewapende soldaat. Toch nog een beetje argwanend werd de verkenner mee in het warme huis genomen waar de boerin een maaltijd aan het bereiden was. Het was Kerstavond.
In de hooischuur kreeg de ruiter en zijn paard een slaapplaats. Hij was dankbaar voor zoveel gastvrijheid.

Uitgerust en voorzien van proviand vervolgde de verkenner zijn reis pas op tweede Kerstdag. Hij had nog nooit een gezelliger eerste Kerstdag meegemaakt. Aan het eind van de dag had hij nog over het hoogveen gewandeld met Gertrude.
In alle vroegte werd hij uitgezwaaid door het boerengezin. Gertrude had hem zelfs nog een zoen gegeven.
De informatie die hij had voor de bisschop van Groningen meebracht bleek later van essentieel belang om het leger van Bommen Berend te verslaan.
Een half jaar later kwam de ruiter op een mooie zomerdag opnieuw naar de boerderij in het ruige veengebied. Daar vroeg hij de boer om de hand van de mooie Gertrude.
Het gelukkige paar vestigde zich aan wat nu de Laarweg in het Bargerveen is. Nazaten wonen nog altijd in Klazienaveen.

Jans Jagt