‘De engel van Klazienaveen’. Een kort kerstverhaal geschreven door Jans Jagt

Klazienaveen – In een kleine serie korte kerstverhalen geschreven door Jans Jagt vandaag ‘De engel van Klazienaveen’.

De engel van Klazienaveen

De twaalfjarige Anna zit voor het raam van de arbeiderswoning in het Barger-Oosterveen. De sneeuw dwarrelde al de hele dag. Morgen. Morgen, misschien vandaag al, zou het nog erger worden. Anna dacht aan een witte Kerst.
Anna ziet het afgelopen jaar voor zich voortrekken. Het was een droevig jaar geweest. De dood van Anna’s broertje Freek had verdriet en treurnis in het arbeidersgezin gebracht.

Wat begon als een lichte verkoudheid eindigde in de dood van het zesjarig kereltje. In het zes kinderen telleden gezin was Freek het enige jongetje geweest. Met zijn blonde krullen en altijd lachende gezicht was hij bijna vanzelfsprekend de lieveling van zijn zusjes.
De begrafenis was heel sober geweest. Er stond nog steeds geen steen bij het grafje, Anna had gisteren nog gekeken. Sinds zijn overlijden had ze elke week een keer bij zijn grafje gestaan. Ze had er veldbloemen neergezet. Vader en moeder hadden geen geld om een steen te betalen. Door de natte zomer en herfst had vader niet veel kunnen werken. Af en toe stopte de armenzorg het gezin wat toe.

Zuster Bernadette uit het klooster in Klazienaveen was erg begaan met de armoede in het veengebied. Het zat de veenarbeiders door de vele regen dit jaar tegen. Er was veel minder afgegraven dan de bedoeling was. Dat betekende minder inkomen voor de vaak grote gezinnen. De zuster had al een keer kennis gemaakt met Anna. Het deed haar pijn het gezin te zien lijden.

De dwarrelsneeuw veranderde langzaam maar zeker in dikke sneeuwvlokken. Binnen was het lekker warm, de turfkachel was voldoende om de kleine arbeiderswoning te verwarmen. Eerdere die dag had Anna de geit onder dak gezet.. Moeder had een paar uur eerder nog wat boerenkool uit de tuin gehaald. Morgen dus boerenkool op het bord. Misschien zaten er ook speklapjes bij. Daar smulde Anna van.

Door de sneeuwvlokken heen dacht ze iets te zien bewegen. Nee toch niet. Ja, nu was het er weer. Op de veenweg probeerde iemand de weg te vinden door de aanwakkerende dikke sneeuwbui. Anna zag nu helemaal niets meer. Ze probeerde het ruitje schoon te vegen. Ja daar was het weer. Het stond zelfs voor hun woning stil. Even later werd er op de deur geklopt. Voor Anna was het duidelijk: daar stond een engel.

Met een wapperende witte cape om zich heen geslagen zag zuster Bernadette er uit als een engel. De sneeuw deed de rest. Moeder deed voorzichtig de deur open. De sneeuw siste tegen de turfkachel. In haar hand droeg zuster Bernadette een mandje met pakjes. Lang bleef ze niet. De zuster wenste het hele gezin prettige kerstdagen, kneep Anna nog een keer zachtjes in de wangen en verdween toen weer in de muur van sneeuw. Het hele gezin stond om de mand heen. Niemand durfde iets te zeggen, laat staan een pakje te openen… Anna was de eerste die een pakje uit de mand nam. Ze kneep erin.
Een kwartier later lag de tafel vol met spek, bloedworst, cake, een hele kip en brood. Teveel om op te noemen.
Een engel was geweest.

Jans Jagt