Zwartemeer 155 Jaar – Het verdwenen dorp -Deel 2-

Veengebied-onweer-soldaat-1850WZwartemeer – Het grensdorp Zwartemeer viert dit jaar het 155 jarig bestaan. Schrijver Jans Jagt schreef ter gelegenheid van de komende feestelijkheden een driedelige serie “Het verdwenen dorp”. -Deel 2-

Het verdwenen dorp -Deel 2-

Hoopvol vervolgde Leen zijn weg. Tot zijn eigen verbazing liep Leen al een enige tijd op een oud veenpad. Zou er in dit ontoegankelijke moerasgebied toch een dorp zijn, waar hij onderdak kon vinden? Het leek hem onwaarschijnlijk. Toch zag Leen na een kwartiertje een paar schamele woningen. Hij kon zijn geluk niet op. Het leek hem verstandiger een beetje sneller te gaan lopen, want de donkere onweersbuien naderden nu heel snel.
In een flits zag hij een paar wild uitziende kerels uit de struiken naast het veenpad te voorschijn komen. Vaag voelde hij nog de pijn van de eerste slag van de knuppel. Daarna werd alles zwart.

Leen was zeker dood geknuppeld, wanneer de donkere wolken boven het dorp niet tot ontlading waren gekomen. De woeste kerels vluchtten hun woningen in. Zwaar toegetakeld lieten ze hem liggen om op een later tijdstip verder te gaan met de gruwelijkheden. Er was nu al geen plekje aan het lichaam van Leen te vinden dat nog niet geraakt was.
Het bloed spoelde van zijn rug.

Het donderde nu onophoudelijk. De hemel leek open gebarsten. Langzaam kwam Leen weer bij en vanuit zijn opgezwollen oogkassen zag hij een meisje op hem afkomen. Haar blonde haren vielen in slierten langs haar mooie gezicht.
Ze leek geen spoortje van angst te hebben voor het onweersgeweld. Ze bukte zich en pakte Leen onder zijn beide armen en sleepte hem naar een verderop staande schuurtje dat waarschijnlijk in de winter dienst deed als veestal, maar nu leeg was. De achtergelaten sporen van de hadden van Leen werden snel uitgewist door de stortregen. Het meisje verstopte Leen achter een ruim uitgevallen voerbak en bedekte hem met stro. Daarna maakte ze zich snel uit de voeten. De onweersbuit verdween en dat deed ook de dorpelingen weer tevoorschijn komen. Vaag hoorde Leen aan de opgewonden stemmen dat ze hem zochten.

Voor de blonde Anna betekende haar hulp aan de vreemdeling een paar angstige momenten. Zij wilde niet dat hij gevonden werd. Maar al te vaak had ze de meeste gruwelijke taferelen zien gebeuren wanneer vreemdelingen het dorp naderden. Het beeld van bloedende en verminkte lichamen bleven lang voor haar netvlies hangen. De enkeling die het geluk had in leven te blijven, moest voor de dorpsbewoners werken. Door de slechte behandeling en het karige eten bleven ze vaak niet lang leven. Voor Anna betekende dergelijke taferelen vaak een kwestie van lijdzaam toezien. Juist nu had ze de kans gezien de juist afgeranselde vreemdeling te verbergen. Eindelijk kon ze een keer iets terug doen. Dat ze daarbij ook haar eigen leven riskeerde, realiseerde zij zich terdege.
Twee keer had ze gezien dat een van de wilde kerels om de hoek in de veestal had gekeken. De vreemdeling werd niet gevonden. Het dorp stond voor een raadsel.
Ver nadat de zon was onder gegaan waagde Anna waagde Anna zich een kijkje in de veestal te nemen. Ze zou proberen de arme stakker weer zo snel mogelijk er weer op de been te brengen.

Tien dagen had Anna de jonge soldaat verzorgd en was ze hem onbewust een beetje gaan vertroetelen. Zienderogen was hij opgeknapt. “Waarom waag je je leven voor mij?,” vroeg Leen terwijl hij Anna bij de arm pakte. Even keken ze elkaar recht in de ogen. Verlegen wendde Anna haar ogen af. “Dat ben ik aan jou en ook aan mij zelf verplicht,” antwoordde Anna, “het leed dat mijn dorpsbewoners vreemdelingen aandoen heb ik nooit kunnen voorkomen. Laat mij op deze manier wat terugdoen. Gelukkig weet tot nu toe niemand dat jij hier bent. Het zal zeker je dood worden als ze je ontdekken. Ik zal proberen je zo snel helpen het dorp te ontvluchten,”
“Ik ben je dankbaar, Anna Ik zal nooit vergeten wat je voor mij hebt gedaan. Ik moet je trouwens wel waarschuwen. Je moet dit dorp zo snel mogelijk verlaten. Binnen drie dagen staan er de meest afschuwelijke dingen in dit dorp te gebeuren. Die boodschap kreeg ik terwijl ik bijna ik bijna dood op het veenpad lag. Waarschijnlijk heeft de donderbui er mee te maken. Alsjeblieft, Anna, verlaat dit dorp zo snel mogelijk.”

Einde Deel 2

error: De inhoud van deze website is beschermd !!