Dinie, de jonge smokkelaarster
Regio/Klazienaveen – Ook dit jaar weer een aantal Kerstverhalen geschreven door Jans Jagt. hieronder het eerste verhaal: Dinie, de jonge smokkelaarster.
Het is november 1917. Duitsland is in oorlog, Nederland is neutraal. Aan de overkant van de gruppe is een groot tekort aan levensmiddelen. Met de Kerst in aantocht is de vraag naar levensmiddelen groter dan ooit. Dat weet ook de veenarbeider Johan aan de Oude Dordsedijk in Klazienaveen. Het veenseizoen is ten einde en Johan probeert de eindjes aan elkaar te knopen door roomboter en suiker over de grens tussen Zwartemeer en Nieuw-Schoonebeek te smokkelen.
Tot verleden week liep alles gesmeerd. Plotseling stonden twee landwachten met getrokken geweer voor hem en brachten hem naar de gevangenis van de marechaussee kazerne in Klazienaveen. Weg 15 kilo roomboter. Een fikse financiële domper die het gezin zich niet kan veroorloven.
“Dan gao ik toch,” zegt Dinie tijdens het avondeten tegen haar moeder.. In de schuur staan nog tien pakken roomboter opgeslagen.
Dinie heeft net haar 16e verjaardag gevierd. Dinie denkt dat haar moeder het geld goed kan gebruiken. Naast Dinie zijn er nog twee jongere broertjes en zusjes.
Ondanks hevige bezwaren van haar moeder verlaat Dinie op vrijdagavond tegen elf uur haar huis.
Op haar rug heeft ze een tas met daarin tien kilo roomboter. Van de opbrengst kan het gezin een week leven.
De zenuwen gieren Dinie door haar keel. Ze laat het niet merken. Haar moeder weet dat ze Dinie niet kan weerhouden van haar voorgenomen smokkeltocht. Ze weet van haar echtgenoot wat de beste plaats is om de roomboter af te leveren.
Het zandpad langs de Schutwijk was al moeilijk begaanbaar. Donkere wolken schoven voorbij een heldere halve maan. Enkele minuten later begon het te regenen. Na de Laardijk was het ploeteren door heide en moeras. Met veel moeite ontdekte ze de twee keien waar ze de gruppe kon passeren.
Eerst bleef ze tien minuten in een afwateringssloot liggen. Ze voelde het water in haar klompen.
Geen landwacht te zien. Gebukt rende ze de grensweg over en rende rechtdoor tot ze na ongeveer een kilometer bij de eerste zandweg naar links stopte. Hier wachtte ze opnieuw tien minuten.
Uit de struiken kwam een jongeman met een pet tevoorschijn.
“Ein Mädchen,?” was het eerste wat hij fluisterde toen hij Dinie zag.
“En jij bent Lukas,” zegt Dinie heel zelfverzekerd.
De jonge man mompelde wat binnensmonds dat Dinie niet kon verstaan. Dinie overhandigde hem de tas met roomboter en kreeg een envelop met geld voor terug. “Kommst du nächste Woche wieder?”
Hij keek Dinie een ogenblik in haar donderbruine ogen. Ze knikte. Dinie schatte Lukas niet ouder dan twintig jaar. Zonder wat te zeggen namen ze afscheid.
Zag ze daar iets bewegen op de grensweg? Heel voorzichtig kroop ze door de sloot. Twee landwachten met een geweer in de aanslag!
Dinie drukte zich nog dichter tegen de slootwal. De vlagerige regen waaide op haar rug. De koude regen liet geen draad van haar kleding droog. Ze rilde van de kou.
Twee uur bleef Dinie zo liggen. Ze durfde uit angst ontdekt te worden niet op te kijken.
In het oosten zag ze de eerste glimp van de zon. Voorzichtig keek ze over de slootrand. Geen landwacht meer te zien.
Pas tegen zes uur klopte ze weer op de deur van haar ouderlijk huis. Haar moeder sloeg een deken om haar heen en even later had ze een kop warme melk en een plak roggebrood met spek voor haar staan. Aan het kleine keukentafeltje vertelde Dinie over haar angstige avontuur.
Nog drie keer voor Kerst maakte Dinie de gevaarlijke, nachtelijke tocht door het moeras. Ze was er inmiddels aan gewend geraakt dat Lukas in de bosjes bij het eerste zandpad stond te wachten. Ze keek er zelfs naar uit.
Twee keer hadden ze fluisterend met elkaar gepraat, met plat Duits en het Drents dialect kwamen ze er wel uit.
“Kann ich dich am Heiligenabend besuchen,?” De vraag kwam zo onverwachts dat ze van schrok. Ze knikte. Totaal verward liep ze naar huis. Gelukkig dit keer geen landwachten te zien.
Thuis vertelde Dinie over Lukas en wat hij van plan was. Ze was zo enthousiast dat ze het zelf niet merkte.
“Hij is welkom.” Haar moeder begreep dat haar dochter verliefd was geworden op deze Duitse jongen.
Een sneeuwstorm raasde op Kerstavond over de velden rondom de Oude Dordsedijk. Tegen acht uur werd er op de deur van de veenarbeiderswoning geklopt. Dinie had al uren in stilte gewacht of het Lukas zou lukken de gevaarlijke tocht te maken. Lukas bleef tot middernacht. Het was een gezellige kerstavond geweest.
Het maanlicht deed haar best door de afnemende sneeuwstorm heen te schijnen. Bij het afscheid voelden Dinie en Lukas geen kou en kusten elkaar.
Een week nadat de vrede was uitgeroepen kwam Lukas opnieuw naar de Oude Dordsedijk om Dinie ten huwelijk te vragen.
Jans Jagt
(Foto: AI image)
