Drieluik geschreven door Jans Jagt. Deel 2
Klazienaveen – Ditmaal deel 2 uit een drieluik, geschreven door Jans Jagt: Deel 2, ‘De Zoektocht,’ het vervolgverhaal op ‘De Vertraging’ deel 1.
De Zoektocht
(vervolg op De Vertraging)
Ze laat me niet los. Geen dag ging voorbij zonder aan die herfstige namiddag in Smodovolesk te denken.
’s Nachts wordt ik zwetend wakker na de zoveelste dans in de houten schuur. Het rode sjaaltje bewaar ik als een soort relikwie.
Waarom stopte ze het kleinood achteloos in mijn jaszak?
Haar lachende gezicht, nog steeds voel ik haar lichaam tegen me aan gedrukt. Een onvoorstelbaar verlangen dat eigenlijk al begon op het moment dat ik in Smodovolesk weer in de trein stapte.
Nog drie dagen had ik te reizen in het treinstel met de prachtige naam Rossija naar Vladivostok, dwars door Siberië.
De indrukwerkkende geschiedenis van dit gebied, de kozakken, ik kon er niet genoeg van krijgen. Ik genoot er van, ik zoog het op.
Uitstappen in Vladivostok gaf mij dan ook een verdrietig gevoel. Twee dagen later zat ik in een lijntoestel dat me weer naar Moskou vloog. Dit keer werden de ruim negenduizend kilometer wat sneller overbrugd.
Onderweg probeerde ik tevergeefs een glimp op te vangen van de Trans Siberische Spoorlijn. Waar lag Smodovolesk eigenlijk?
Op dat moment nam ik de beslissing volgende zomervakantie het grijze dorp in de taiga weer te gaan bezoeken. Niet om het dorp. In een van die grijzen huizen woonde het mooiste meisje van Rusland. Zo ver waren mijn gedachten dus al gevorderd!
De sleur van alledag was niet veranderd na mijn reis over de Trans Siberische Spoorlijn. Een drukke baan als logistiek manager bij een middelgroot bedrijf slokte mijn volle aandacht. Natuurlijk waren collega’s benieuwd naar mijn vakantie ervaringen. Gek genoeg liet ik mijn avontuur in Smodovolesk achterwege.
Alleen bij Maaike kon ik mijn verhaal kwijt.
We waren tien jaar geleden tegelijkertijd bij het bedrijf begonnen. Maaike was gelukkig getrouwd met Wouter. Als vrijgezel kon ik vrijuit met haar praten. Ik kin Maaike vertrouwen en Maaike kon mij vertrouwen. Ze was een goede vriendin geworden. Een tijdlang was ik verliefd op haar geweest, of ze het ooit gevoeld of geweten heeft, weet ik niet. Onzekerheid is een deel van mijn karakter.
Smodovolesk liet me niet los. Wekenlang moest Maaike mijn verhaal aanhoren. En ze luisterde, elke keer weer. Ze gaf me gelijk volgend jaar weer naar Rusland te reizen. Maaike waarschuwde mij voor teleurstelling. “je kent haar niet, je weet zelfs niet hoe ze heet”. Dat speelde voor mij geen enkele rol toch aan de voorbereidingen te beginnen.
Waarom bleef ik steeds aan het mooie meisje in Rusland denken? Mijn liefdesleven was tot dusver niet zo’n succes geweest. Ja, schoolvriendinnetjes hoorden bij mijn jeugd. Voor mijn gevoel heb ik niets gemist. Maar daarna was ik de ware nooit tegengekomen.
Pas toen Maaike mijn collega werd, broeide er iets van binnen. Een heerlijk gevoel dicht bij haar in de buurt te zijn. Zinloos waren de slapeloze nachten, de fantasieën. Wat overbleef waren de soms lange gesprekken in de middagpauze. Ik kon wegdromen in haar prachtige ogen. Een zoen op mijn verjaardag en op nieuwjaarsdag gaven mij het gevoel heel dicht bij Maaike te zijn. Maaike kreeg inmiddels een kind, een prachtige dochter. Ze was gelukkig.
En ik, ongemerkt was ik bijna veertig.
Smodovolesk was niet te vinden, geen enkele kaart vermeldde het kleine dorp. Het antwoord van de Russische ambassade liet weliswaar bijna twee maanden op zich wachten maar voor mij een onbeschrijfelijke mooie mededeling.
Tsjita zou de laatste stad waar ik kon uitstappen, daarna nog ongeveer driehonderd kilometer langs de spoorlijn naar Smodovolesk. De kans dat de trein daar weer stopte was nihil.
Drie maanden voor mijn vertrek zat de route al in mijn hoofd. Toch maakte een groeiende onzekerheid mij kwetsbaar. Deed ik er wel goed aan mijn vakantie op te offeren voor wat misschien een grote teleurstelling zou worden? Het zwartharige meisje had misschien een vriend, die toevallig die druilerige herfstmiddag de oogst moest binnenhalen? Maakte ik mij belachelijk?. Al snel maakte ik mij een aantal standaard woorden in de Russische taal eigen. Da, njet, spasibo, bolshoe spasibo, pazhaluista, pashahuyta, izvinite, ya ne ponimayu, kak dela. Moeilijk, wat had ik er eigenlijk aan?
Twee dagen voor het begin van de grote reis nam ik voor drie weken afscheid van mijn werk, van Maaike. Ze gaf me een knuffel. Drukte ze zich wat langer tegen me aan? Nog nooit had ik haar ogen zo vochtig gezien. Waarom?
Het was een deja vu. De vliegreis naar Moskou, hotel Cosmos, een dag Kremlin en het Rode Plein. Fantastisch, maar dit keer was het anders. Eigenlijk kon ik niet wachten op de trein te stappen. Opnieuw had ik gereserveerd in trein nummer 2, de Rossjija. Bijna een jaar geleden hield ik kippenvel bij de eerste honderd kilometer over het beroemde spoor van west naar oost. Dit keer was Tsjita mijn einddoel.
Het mooiste meisje van Rusland…………ze kon niet weten dat ik onderweg was. Wat kon ik haar eigenlijk zeggen? Wat ik deed was gekkenwerk, hoe langer ik er over nadacht hoe meer twijfel er zich van mijn meester maakte.
De aftandse huur Lada in Tsjita beloofde niet veel goed voor de komende 300 kilometer. In gebrekkig Engels probeerde de verhuurder mij te overtuigen dat dit het beste was wat het verhuurbedrijf te bieden had. Ten overvloede stippelde hij mij nauwkeurig de weg naar Smodovolesk uit. Het kon niet mis gaan. Wegnummer 359 was eigenlijk twee honderd kilometer lang best begaanbaar. Tijdens de laatste honderd kilometers deden de waarschijnlijk versleten schokbrekers mijn lichaam geen goed. Laat in de middag besloot ik in de auto te blijven slapen, andere mogelijkheden waren er eenvoudig weg niet. Morgenvroeg de laatste kilometers naar Smodovolesk.
Slapen? Ik hoorde van alles rondom mijn Lada. Geritsel, gesnuif, allerlei soorten wild waren tijdens de nachtelijke uren nieuwsgierig naar deze overnachtingsplaats op vier wielen. Twee uren slapen hooguit. De opkomende zon was echter prachtig.
Smodovolesk, ik kom eraan!
De afslag kwam toch nog onverwachts, een houten plank voor een dikke kei was het schamele verkeersbord dat naar Smodovolesk wees. Het dorp lag hooguit nog een kilometer verderop. Ik besloot de auto te laten staan en verder te gaan lopen.
Dobroe utro, goede morgen. De dorpsbewoners keken mij verbaasd aan op dit vroege uur van de dag.
Het dorp zag er vriendelijker uit dan bijna een jaar geleden. De zon scheen volop, waarschijnlijk had het al in weken niet meer geregend. Het brede dorps weg was nu redelijk begaanbaar.
Waar moest ik zoeken naar het mooiste meisje van Rusland? Het rode sjaaltje droeg ik opvallend in de hand. Enkele dorpsbewoners probeerde ik in een paar worden Russisch en de rest Engels mijn bedoelingen uit te leggen. Alles tevergeefs. Schouderophalend keken ze me aan.
Inmiddels was het dobry den, goedemiddag. Zes keer heen en terug over de dorps weg lopen had geen enkel resultaat. Bij de waterput bleef ik een uur lang wachten. Af en toe zag ik dat een gordijntje opzij werd geschoven. Nieuwsgierig waren ze wel. Ik bleef niet onopgemerkt. Voorlopig gaf ik het op, vanavond zou ik het nog een keer proberen.
Zover zou het niet komen. Tegen het rechterachterwiel van mijn auto zat ze, het mooiste meisje van Rusland.
Een rilling ging door mijn lichaam. “Hallo” was dan ook de meest verlegen reactie die je bedenken kunt. Breed lachend en met uitgestrekte hand kwam ze mij tegemoet.
“Raisa” een roos in de taiga. In perfect Engels bracht ze het gesprek op gang.
“Wat een eer dat een man zoveel moeite neemt mij te zoeken, dat streelt mij. Smodovolesk ziet er een beetje vrolijker uit dan verleden jaar herfst. Ik had je al veel eerder gezien deze dag, ik schrok. Ik herkende je. Mijn ouders zouden denken dat je een vriend van me was. Een man die dit voor me overheeft is wel meer dan een vriend”. Op de oude boomstam bleven we zitten, meer dan twee uur.
Mijn leven, de jeugd van Raisa, alles vertelden we elkaar. Raisa was pas 23 jaar nu. Ze was anders dan haar mede dorpsbewoners. De kleding die ze droeg was modern, ik proefde zelfs een dure smaak. Het bruiloftsfeest van haar nicht, haar dansen met mij, het onverwachte bezoek van haar oom de treinmachinist, de kater van de volgende dag. Het speet haar dat ze geen afscheid van mij had genomen. Omdat ik zo zweette had ze haar sjaaltje in mijn jaszak gestopt. “Pas de volgende dag besefte ik hoe mooi de avond was geweest, vaak denk ik er aan terug. Ik wist niet wie je was, hoe je heette”.
Nadat ik mijn arm om haar schouder had gelegd, schoof ze dichter tegen me aan.
“Toch moeten we nu ook al afscheid van elkaar nemen. Mijn leven is heel andere dan die van jou. Ik zal eerlijk en duidelijk zijn. In Moskou werk ik voor een escortbureau, ik ga om met de rijkste mannen van het land. Daar verdien ik heel veel geld mee. Vaak is het beneden mijn waardigheid. Het is de enige manier om Smodovolesk te ontvluchten. ik kom er graag want mijn ouders wonen er. Maar er is geen enkele toekomst. Dat ik vandaag in Smodovolesk ben is omdat mijn vader jarig is, morgen ga ik weer terug”.
Als versteend bleef ik zitten. Probeerde mijn arm van haar schouder te halen, Raisa verhinderde dat door mijn hand vast te houden. Minuten lang was het stil.
“We moeten afscheid nemen, echt ik zal je nooit vergeten”.
De drie seconden tellende zoen op mijn mond was zo warm, zo allesoverheersend. Dat gevoel, alleen daarvoor had ik de reis gemaakt. Drie minuten later zat ik weer in mijn auto, nagezwaaid door de roos van de taiga.
Een terugreis van vijf dagen volgde na het afscheid van Raisa. Af en toe sloot ik mijn ogen. Was ik een illusie armer?
In de aankomsthal van het vliegveld was het in deze tijd van het jaar een gekrioel van vakantiegangers. Geen problemen echter met het vinden van mijn kleine bagagetas.
Bij de uitgang zag ik tussen al die duizenden mensen slechts een vrouw die ik daar helemaal niet had verwacht; Maaike.
Snikkend viel ze in mijn armen.
“Wouter en ik zijn uit elkaar”.
Dit was ‘De Zoektocht’ deel 2 uit een drieluik, geschreven door Jans Jagt.
(Afbeelding: Jans Jagt)
