Veen en turf, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is, deel 6.

Oude-Katholieke-kerk-met-Trambrug_webKlazienaveen – In 2024 is het 135 jaar geleden dat Klazienaveen is ontstaan. Van een veenkeet en de bouw van het winkelpand van Jan Thymens Meester in 1889 tot de bouw van het futuristisch aandoend woon/winkelcomplex Het Schip anno 2024.

Dat is een notendop in de indrukwekkende veenkoloniale geschiedenis van Klazienaveen. Klazienaveen heeft een relatief korte, maar bewogen veenkoloniale geschiedenis achter zich. Veen, turf, ontginning, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is. Centraal in deze 12-delige serie verhalen is de fictieve familie Veenstra dat als eerste in deze streek kwam te wonen.

Deel 6

Klooster

In de jaren twintig behoort Freek Veenstra alweer de vierde generatie Veenstra die in Klazienaveen woont. Hij woont met zijn gezin aan de Langestraat.
Het is begin 1928.
Pastoor Jongerius was pastoor in Klazienaveen. Hij vond dat zijn parochie de juiste plaats was om een klooster te stichten. Op 10 september 1928 arriveerden de eerste zusters per trein in Nieuw-Amsterdam. De zusters Stefanie, Frederika en Emberta waren de eersten die gehuisvest werden in het klooster achter de kerk aan de Langestraat. Later volgden de zusters Bonaventura, Elizabeth, Gertrude, Damien en Canisia voor het onderwijs.
Officieel was de opdracht zich in te zetten voor de katholieke bevolking. Maar door de zusters is er nooit enig verschil gemaakt tussen katholiek of niet-katholiek.
Waar zij konden helpen, hielpen zij
Het kloostertje stond vanaf het begin open voor de noodlijdende mens.

Het gezin Veenstra maakte onder droevige omstandigheden kennis met de zusters.
De jongste zoon Hillechienus was al vanaf de geboorte een zwak kereltje geweest. Toch was hij inmiddels al weer acht jaar. Hoesten, hoesten, soms leek het hem allemaal wat te veel te worden. En groeien deed hij ook bijna niet meer. Tot op een dag zijn oudste zus Cora hem vond, weggedoken tegen het schapenhok, meer dood dan levend.
Gillend rende ze het huis in op zoek naar haar vader en moeder.
Maar Freek en Dinie waren even naar de ouders van Freek, die aan het Scholtenskanaal woonden.
In paniek rende Cora de zandweg op die voor het huis lag. Daarbij zag ze de net langs fietsende wijkzuster Emberta over het hoofd en beiden tolden ze over de zandweg.
De wijkzuster zag direct de betraande ogen van het meisje en begreep direct dat er wat ernstigs aan de hand moest zijn.
Een half uur later lag de doodzieke Hillechienus in de ziekenafdeling van het klooster.
De ziekenafdeling was er al direct na de opening van het klooster.
Het duurde niet lang of er was ruimtegebrek.
Er kwam een benedenzaal voor zes heren, een bovenzaaltje voor zes dames en verder een paar kamertjes voor kraamvrouwen, couveusjes en bijzondere gevallen. Ook was er plaats voor zes geestelijk en/of lichamelijk gehandicapte kinderen.
Een groot probleem in de ziekenafdeling was het gebrek aan water. Het water uit de regenput werd al snel afgekeurd.
En goed water was zo noodzakelijk, voornamelijk voor t.b.c. patiënten.
Het stinkend bruine veenwater scheen gezond te zijn. Toch werd er zuiver water van de Purit gekocht.
De zieke Hillechienus bleek ook t.b.c. te hebben. Maandenlang werd hij verpleegd in de ziekenafdeling van het klooster, hij kwam er gelukkig weer bovenop.
Maar hij moest nog een tijd lang wekelijks onder de hoogtezon, om aan te sterken en een gezonde kleur te krijgen.
Een hoogtezon?
Onmiddellijk na de komst van de zusters in Klazienaveen werd ook het Wit-Gele Kruis opgericht. De nodige artikelen werden aangeschaft, onder meer een…hoogtezon.
Hiervan werd destijds ruimschoots gebruik gemaakt, want van een hoogtezon was in de wijde omtrek niets te bespeuren.

 

Einde deel 6

Veen en Turf is geschreven door Jans Jagt.

 

(Fotobewerking: Henk Lambers)

error: De inhoud van deze website is beschermd !!