Veen en turf, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is

Veenarbeider-centrum_9121Klazienaveen – In 2024 is het 135 jaar geleden dat Klazienaveen is ontstaan. Van een veenkeet en de bouw van het winkelpand van Jan Thymens Meester in 1889 tot de bouw van het futuristisch aandoend woon/winkelcomplex Het Schip anno 2024.

Dat is een notendop in de indrukwekkende veenkoloniale geschiedenis van Klazienaveen. Klazienaveen heeft een relatief korte, maar bewogen veenkoloniale geschiedenis achter zich. Veen, turf, ontginning, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is. Centraal in deze 12-delige serie verhalen is de fictieve familie Veenstra dat als eerste in deze streek kwam te wonen.

Deel 1

Veenarbeider

Het gezin Veenstra telde naast vader Geert en moeder Jantje nog drie kinderen; Geert, Lubbert en de kleine Anna. Vader Geert was een sterke kerel die zijn boterham als veenarbeider verdiende.
Om de vijf monden te kunnen vullen moest ook Jantje flink meehelpen, evenals de twee oudste kinderen. Vooral in de zomer. De zevenjarige Lubbert was een echt bijdehandje. “Mag ik net aas pa dan ok tabak proemen?” vroeg hij keer op keer op weg naar het veen. Tot vader Geert uiteindelijk toegaf. Na een flinke overgeef bui was de lol er direct af. Lubbert was nog lang geen veenarbeider.
Het was keihard werken in ’t Smeulveen. Graven, graven en nog eens graven in weer en wind. Laarzen waren er nog niet, klompen een luxe. Een paar sokken, heerlijk. Het veen was altijd nat. En lange dagen, ’s morgens in alle vroegte naar het veen. Moeder Jantje ging tegen vijven terug naar huis om het eten op te zetten. Geert volgde tegen zeven uur.
De keet op het hoogveen stelde niets voor, het tochtte binnen en er mankeerde altijd wel wat aan.
Ellende was er genoeg in het veen; lage lonen, zwaar werk, lange dagen en bij een groot deel van de veenarbeiders was de drank ook nog eens een probleem. Er werd zwaar gedronken om de kou en nattigheid uit de botten te verdrijven.
Gelukkig kon Geert die drank weerstaan. Dat was blijkbaar zijn baas ook niet ontgaan, want die vroeg Geert en zijn gezin om verder zuidwaarts te trekken om daar te gaan werken.
Grootindustrieel Willem Albert Scholten uit Groningen had in 1874 grote veengebieden in Zuidoost-Drenthe aangekocht van de Drentse Veen-en Midden Kanaalmaatschappij.
Door financiële problemen van de DVMK lukte het niet het Oranjekanaal door de Hondsrug te graven. De uitlopers van de Hondsrug vormden een onoverkomelijk (financieel) probleem. Was het Oranjekanaal doorgetrokken zoals de bedoeling was, dan was Klazienaveen waarschijnlijk nooit ontstaan.
Die problemen gingen aan het gezin Veenstra voorbij. Zij hadden de zorg in leven te blijven.
Zij mochten een keet op het bovenveen bouwen, iets ten noorden waar later de Purit werd gebouwd. Met zelfs een klein tuintje voor aardappelen en bonen. Nu was het vaak roggebrood, besmeerd met gebakken raapolie en vet. Voor iemand met honger smaakte het allemaal best goed.
Ter compensatie voor de gedwongen verhuizing kreeg het gezin Veenstra een drachtig schaap, een rijk bezit. Dat schaap ging ook mee naar het veen. Met een lijn werd het schaap aan de kinderwagen van de kleine Anna vastgemaakt. Er was voor een schaap ook altijd wel wat voedsel op het veen te vinden.

 

Einde deel 1

Veen en Turf is geschreven door Jans Jagt.

 

(Foto: Henk Lambers)

error: De inhoud van deze website is beschermd !!