‘Kerstkind in het Smeulveen’, kerstverhaal geschreven door Jans Jagt

Klazienaveen-Smeulveensebrug_bewerkt-webKlazienaveen – ‘Kerstkind in het Smeulveen’ is één van de vele prachtige kerstverhalen geschreven door Jans Jagt.

Ruim veertien jaar is ze nu; een mooi slank meisje met lichtbruine golvende haren. De onschuldig de wereld inkijkende donker bruine ogen en hoge jukbeenderen heeft ze van haar moeder Bertje. Haar karakter ook, soms opvliegerig, soms dromerig. Wat ze bij de geboorte van haar vader had meegekregen was Geesje ook niet helemaal duidelijk.
Na de lagere school bij sluis twee aan het Scholtenskanaal had ze graag de mulo in Klazienaveen willen volgen. Ze had lang gezeurd bij haar vader en moeder, zelfs de hoofdmeester was bij haar ouders op bezoek geweest om Geesje te ondersteunen in haar grote wens. Ze kon immers goed leren.
Het gezin had echter elke hand nodig om alle zes monden in het gezin te voeden. Het was een moeilijke tijd in het Smeulveen. Opstoeken moest ze. Licht werk werd het genoemd, maar Geesjes handen zijn telkens tot bloedens toe opgezwollen en ’s avonds kan Geesje niet rechtop staan omdat ze de hele krom had gestaan.
Gelukkig stond het veenwerk nu al een tijdje stil Het veengebied was te nat om in te werken.
Vader Jan was al een paar keer stomdronken thuis gekomen na zijn bezoek aan de stille knip aan het Scholtenskanaal.

Vroeg

De winter was dit jaar al vroeg begonnen. Begin december was er al een pak sneeuw gevallen en een week voor Kerst had het ook stevig gevroren. De jongens uit de streek hadden de schaatsen al onder gehad. Een viertal schepen was bij sluis twee gestrand. Een van de schippersjongens leek haar wel aardig. Hij kwam speciaal uit het schip van zijn ouders elke keer als Geesje langs kwam. Hij zwaaide, Geesje zwaaide verlegen terug.
Toch was er iets wat Geesje echter veel meer bezig hield. Haar moeder verwachtte haar vijfde kindje. Het werd in de eerste week van het nieuwe jaar verwacht. Geesjes moeder was al een paar dagen zo moe dat ze inmiddels halve dagen in de beddenstee bleef liggen. Geesje verzorgde haar moeder en hielp de huishouding gaande te houden.
Al vroeg op Kerstavond was vader Jan vertrokken. Geesje vermoedde waar hij de avond zou doorbrengen. Het sneeuwde dikke sneeuwvlokken. Door de dikke vlokken werd de veenkeet één geheel met de omgeving.
“Haal je vader maar uit de kroeg,” vroeg moeder Bertje haar oudste dochter. “Ik denk dat het kindje vannacht geboren gaat worden,” Geesje schrok, ze bedacht zich echter niet en rende naar de kroeg waar ze dacht haar vader te vinden. Onderweg gleed ze een aantal keren uit en bezeerde haar enkels door de gladde veenweg.
De rook in de kroeg was om te snijden, de stank van drank was bijna ondraaglijk. Ze zag haar vader over een tafeltje heen liggen. Hij was blijkbaar stomdronken. Geesje probeerde tevergeefs haar vader wakker te schudden. Het lukte niet. Ze rende in paniek weg. Badend in het zweet trof ze haar moeder aan. De jongere kinderen om haar heen.

Dokter Labertee

“Haal dokter Labertee,” kreunde haar moeder nauwelijks hoorbaar. Opnieuw baande Geesje zich een weg door de donkere nacht naar Klazienaveen. Onderweg verloor ze nog een klomp, maar ze gaf zich geen tijd de klomp weer op te zoeken. De imposante dokterswoning aan het Scholtenskanaal zag er verlaten uit op deze kerstavond. Misschien lag de dokter al te slapen. Geesje bonsde op de voordeur en in pyjama kwam de dokter naar de voordeur. Nog geen vijf minuten later had dokter Labertee zijn glimmende zwarte Friese paar gespannen voor zijn open koets. De oostenwind blies de dikke sneeuwvlokken in het gezicht van het zwijgende tweetal. Halverwege het Scholtenskanaal bleef de koets steken in een sneeuwduin. Geesje en dokter Labertee zetten hun schouders onder de grote achterveren van de koets. Het paard deed de rest.
De sneeuw waaide de veenkeet binnen toen Geesje de deur opende. Het was inmiddels even na middernacht.
“Zorg direct voor kokend water,” riep de dokter terwijl hij zijn mouwen opstroopte.
Geesjes moeder had pijn, de ander kinderen zaten met betraande ogen om haar heen.
Nog geen kwartier later lag er een gezonde huilende baby naast moeder Bertje in de beddenstee.
“Jullie hebben er een zusje bij,” zei de dokter tegen de kinderen. “Een kerstkindje.”
“Bedankt dokter,” Geesje gaf de dokter een hand. Ze zag de dokter verdwijnen in de donkere nacht.
Nu pas besefte Geesje dat ze koude voeten had.

 

Jans Jagt

error: De inhoud van deze website is beschermd !!