Veen en turf, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is, deel 8.

Veenkarren_MSL6053Web-MonoKlazienaveen – In 2024 is het 135 jaar geleden dat Klazienaveen is ontstaan. Van een veenkeet en de bouw van het winkelpand van Jan Thymens Meester in 1889 tot de bouw van het futuristisch aandoend woon/winkelcomplex Het Schip anno 2024.

Dat is een notendop in de indrukwekkende veenkoloniale geschiedenis van Klazienaveen. Klazienaveen heeft een relatief korte, maar bewogen veenkoloniale geschiedenis achter zich. Veen, turf, ontginning, het heeft Klazienaveen gevormd tot wat het nu is. Centraal in deze 12-delige serie verhalen is de fictieve familie Veenstra dat als eerste in deze streek kwam te wonen.

Deel 8

Oorlog

Na de donkere jaren begonnen op 10 mei 1940 de zwarte jaren in Klazienaveen.
Het was Freek Veenstra al in maart 1940 gelukt aan de inmiddels gedwongen tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. Hij vluchtte uit Melle en werd door zijn broer de grens over geholpen. In Klazienaveen dook hij onder.
“t Is niet best over de Gruppe” waarschuwde Freek, “d’r bent grote verzamelingen troepen bij de Gruppe. Ik denk dat ze op een gegeven moment ons land binnenvallen.” Freek werd echter niet geloofd en zelfs uitgelachen.
Voor velen was het lawaai op die vroege vrijdagmorgen dan ook een complete verrassing.
Opvallend was dat de Duitse troepen zich aan de noordkant van het van Echtenskanaal verplaatsten. De brug van Kamerling in Zwartemeer was al in de nacht opgeblazen. Later op die dag hoorde Freek dat een NSB’er de oprukkende Duitse soldaten een sluipweg had gewezen over het terrein van de Purit-fabrieken. Een naam had hij nog niet gehoord. Was het de vervener, de ondernemer, de veenarbeider of de caféhouder? Hij kwam er wel achter wie het was.
Inmiddels was een schipbrug in Zwartemeer door de Duitsers aangelegd. De zuidkant van Klazienaveen bleef nog tot laat in de middag in Nederlandse handen, maar tegen de avond was het hele dorp in Duitse handen. Een paar schoten vanuit de kazematten langs het kanaal was eigenlijk het enige wapenfeit.
Freek kon de troepenverplaatsing vanuit zijn schuiladres op een bovenverdieping aan het van Echtenskanaal bekijken.
Ook na 14 mei 1940 bleven er nog Duitse troepen door Klazienaveen trekken.
Voor onderduiker Freek Veenstra begonnen de problemen nu pas goed. Hij had geen bonnen, geld, stamkaart of andere papieren.
Freek kende een paar dorpsgenoten die te vertrouwen waren, maar het verzet in Klazienaveen kwam maar heel langzaam op gang.
Het jaar 1940 kende wel een prachtige zomer.
Freek kon af en toe zijn schuilplaats verlaten en kon toch zijn gezin een beetje onderhouden.
Hij was een volleerd slager geworden. Veel mensen hadden een varkentje en huisslachtingen gebeurde illegaal. Bij een boer kreeg hij werk, maar het bleef oppassen geblazen dat hij niet verraden werd.
Freek was niet bang, misschien was overmoedig een beter woord, maar voorzichtig was hij wel. Ondanks het feit dat hij zelf onderduiker was, raakte hij langzaam maar zeker betrokken bij het verzet en werd gevraagd als lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers gevraagd een overval te doen op de uitreikingsploeg van bonnen.
Deze ploeg was op 30 juli 1943 om half acht ’s morgens onderweg van Emmen naar Klazienaveen en werd begeleid door de Marechaussee ambtenaar De overval moest plaats vinden in de buurt van Nieuw-Dordrecht.
De zenuwen gierden Freek door de keel.
Dit was zijn werk niet, maar hij had wel het gevoel iets terug te kunnen doen voor de vele steun die hij en zijn gezin had gekregen.
Vijf knokploegleden overvielen het transport en de marechaussee kon geen gebruik maken van de dienstrevolver omdat hij direct werd ingesloten door drie man voor en twee man achter hem.
Zonder tegenweer gaf de marechaussee zijn revolver af.
De buit was aanzienlijk: behalve de revolver 1352 bonkaarten, 77 toeslagkaarten en 148 rantsoenbonnen.
Om te voorkomen dat de marechaussee snel alarm kon slaan liet Freek de banden van zijn fiets leeglopen. Twee knokploegleden waaronder Freek vluchtten naar Klazienaveen, de drie anderen richting Emmen.
Het was zijn bijdrage aan het verzet.
Hij kon het wel navertellen.

Einde deel 8

Veen en Turf is geschreven door Jans Jagt.

 

(Foto: Henk Lambers)

error: De inhoud van deze website is beschermd !!