Historische Vereniging ‘Nei-Schoonebeek’ hersteld oude noodbegraafplaats

Noodkerkhof-1825-1855-Foto-T-HeijnenNieuw-Schoonebeek – De Historische Vereniging ‘Nei-Schoonebeek’ heeft de schep ter hand genomen en de oude noodbegraafplaats Buter hersteld. Zaterdag 20 augustus onthulling van het ‘Mysterie rondom Kerkhof Buter’.

Onthulling

Zaterdag 20 augustus vindt de onthulling plaats van informatiepanelen over het ‘Mysterie rondom Kerkhof Buter’ op de noodbegraafplaats Buter in Nieuw-Schoonebeek. Na een paar korte lezingen volgt de opening van de tentoonstelling de Booën van Nieuw-Schoonebeek.

Historie Noodbegraafplaats Buter

In 1788 werd op de Twister Bülte in het Koninkrijk Hannover een kerkhof aangelegd. Hier werden ook de doden uit het Booëndorp Nieuw-Schoonebeek begraven. In 1819 werd op deze bult de Sankt Georgskerk gesticht. De Nieuw-Schoonebeekers mochten gebruik maken van deze kerk en het kerkhof. Maar in 1825 ontstonden problemen met het kerkbestuur van de Georgskerk en de Nieuw-Schoonebeekers mochten geen gebruik meer maken van de kerk en het kerkhof. Er werd toestemming gevraagd aan de Gouverneur van Drenthe en vanaf 1825 mochten de doden op eigen grond in Nieuw-Schoonebeek worden begraven. Er werd een noodbegraafplaats ingericht, waarvoor Jan Berend Borg de grond ter beschikking stelde. Die kreeg als officiële naam: ‘Naamloze Begraafplaats Nieuw-Schoonebeek’.

Borg had de grond in gebruik van de erfgenamen van de Schoonebeeker boerenfamilie Wenny. Het was een voormalige boo – een uniek type veeschuur, die alleen in deze omgeving voorkwam – van de familie Wenny. Deze familie verkocht de boo met alle daarbij horende landerijen in december 1826 aan Jan Berend Blaauw, die de westelijke helft kocht, en het oostelijke deel aan Jan Berend Borg. Daardoor kon Borg het voormalige booterrein als noodbegraafplaats ter beschikking stellen. De strijd met Twist was inmiddels bijgelegd: ‘Was er iemand gestorven, dan kwam de pastoor van Twist om hem onder de kerkelijke gebruiken te begraven. Voor de moeite ontving deze pastoor dan een schelling.’ Begrafenissen – van achttien personen in de leeftijd van 7 dagen tot en met 84 jaar – op deze begraafplaats vonden plaats tot het moment van de inzegening van het nieuwe kerkhof bij de nieuwe kerk in het centrum van Nieuw-Schoonebeek op 5 juli 1855.
In juni 1866 werden dochter Euphemia Gesina Borg en haar man Jan Hendrik Schwieters eigenaar van het terrein. En na hun zoon Bernardus Hendrikus Schwieters. Na zijn overlijden hertrouwde zijn weduwe in mei 1908 met Georg Büter uit Lindloh. In 1928 kreeg hun zoon Bernardus Hendrikus Büter de voormalige noodbegraafplaats in eigendom. En daarmee werd de naam Büter verbonden aan deze voormalige begraafplaats.Dronefoto-T-Heijnen
De noodbegraafplaats raakte hierna in verwaarlozing, de randen werden beschadigd door grazend vee en er kwamen zelfs beenderen bloot te liggen. In 1978 werd de dodenakker hersteld en een houten hek geplaatst.

Het verhaal van zuster Bernadette

Op het voormalige kerkhof in Nieuw-Schoonebeek stond de grafsteen van Anna Maria Aleida Huser (1876-1895) en haar moeder Sinaulaat Huser-Nijenstein (1839-1876). De dochter werd op 18 mei geboren en haar moeder overleed negen dagen later. In mei 1890 ging de kleine meid naar kostschool. Ze trad begin 1897 in bij het O.L. Vrouwe van het Heilige Hart in Issoudun (Frankrijk) als zuster Bernadette. Ze was daar een voorbeeld voor het noviciaat. In juli 1897 ontving ze het kloosterkleed. Eind 1897 werd zij steeds zwakker en ze keerde voor genezing terug naar Nederland en werd opgenomen in het Sint Antonius Ziekenhuis in Utrecht. Maar haar kwaal woekerde voort. Een half uur voor haar overlijden sprak ze nog de drie Geloften uit van Armoede, Zuiverheid en Gehoorzaamheid. Ze werd in Nieuw-Schoonebeek bij haar moeder begraven. Een fraaie grafsteen stond op het graf. In verband met de verplaatsing van het kerkhof werd de grafsteen naar de noodbegraafplaats van Buter overgebracht. De Historische Vereniging ‘Nei-Schoonebeek’ droeg zorg voor het verder herstel van de voormalige begraafplaats.

(Foto’s: T-Heijnen)