‘Thuis met Kerst’. Een kerstverhaal geschreven door Jans Jagt

Klazienaveen – Uit een kleine reeks korte kerstverhalen geschreven door Jans Jagt vandaag ‘Thuis met Kerst’.

Thuis met Kerst

Hij had de laatste tram nog net kunnen halen op het station van Zwolle. De tram die soldaat Lubbert de Groot naar Klazienaveen moest brengen. Uitgeput had hij plaats genomen in de hoek van coupé tweede klas. De drie medepassagiers hadden Lubbert meewarig aangekeken. Hij zag er ook niet uit. Zijn legerkleding was grotendeels versleten en ook nog eens smerig. Hij stonk. Lubbert had er veel voor over zich een keer lekker te kunnen wassen in warm water.
De afgelopen elf maanden waren een nachtmerrie geweest. Lubbert had zich gemeld voor de geallieerde legermacht dat een eind moest maken aan de loopgraven oorlog in Noord Frankrijk. Eenzaam had hij zich gevoeld. Vriendschappen hadden nooit lang geduurd door de grote aantallen slachtoffers.

Bij zijn vertrek uit Klazienaveen had zijn verkering Jantje beloofd dat ze op hem zou wachten. Met haar mooie blauwe ogen had ze Lubbert aangekeken. Lubbert geloofde haar.
Drie weken geleden had hij haar geschreven op Kerstavond terug te zijn. Lubbert had er geen tijd bij durven te zetten. Het was een lange treinreis naar Zwolle geweest, met veel oponthoud. De temperatuur was de hele dag al niet boven het vriespunt geweest. Een sneeuwstorm raasde nu over het naast gelegen weiland. Hier en daar moest de trammachinist inhouden vanwege de opgewaaide sneeuw.
Lubbert had de slag om Verdun meegemaakt. De angst te sterven was ondraaglijk geweest. Dan had hij aan Jantje gedacht en de ogen gesloten. Hoe ze samen het afgelopen jaar nog samen de Kerst bij zijn ouders en schoonouders hadden gevierd. Ze had gehuild bij zijn afscheid. Lubbert had geen werk, het geallieerde leger bood uitkomst. Nu was de oorlog ten einde.
Vlak voor Coevorden stond de tram nu al een kwartier stil. De machinist was druk bezig de rails sneeuwvrij te maken. Lubbert en een paar medepassagiers hielpen nu ook mee. Een kwartier later pufte de tram moeizaam verder. In het centrum van Coevorden zag Lubbert gezinnen gezellig in de huiskamer van Kerstavond genieten.
Het kon volgens de machinist wel eens middernacht worden alvorens Klazienaveen zou zijn bereikt. Op de lijken en ander afval kwamen ratten af, die zich ook nog eens in hoog tempo konden vermenigvuldigen. Het was een hel geweest. Er leek geen eind aan te komen. Het kanonnengebulder was zelfs nu nog in zijn hoofd te horen.

Ook tussen Coevorden en Nieuw-Amsterdam ging het maar moeizaam verder. Het leek allemaal een eeuwigheid te duren. Erica, het duurt nu niet zo lang meer. Het liep inmiddels al tegen twaalf uur. Lubbert was de laatste passagier. Hij had het door en door koud. Ook voor Klazienaveen hoopte de sneeuw zich op. Lubbert hoopte morgen rondom de kachel bij zijn ouders aan de Dordsedijk te zitten. Wanneer zou hij Jantje zien? Dat mooie vooruitzicht verwarmde hem van binnen.
Honderd meter voor de Dordsebrug stapte Lubbert uit. Hij groette de machinist en tuffend vervolgde de tram zijn late rit naar Ter Apel. Lubbert was weer terug in zijn geboorteplaats Klazienaveen. Door de hevige sneeuw zag hij pas een tiental meter voor zich een gedaante opdoemen. “Lubbert?” Dat was de stem van Jantje. Ze had de hele middag en avond gewacht in de luwte van het hotel op de hoek.
Trillend vielen ze elkaar in de armen.

Jans Jagt